Op bezoek bij de boeren!
Op een zonnige donderdagochtend stapten deelnemers van Voedsel op Recept uit Rotterdam-Zuid en Rotterdam-West samen in een busje richting twee biologische boerderijen. Wat volgde was een dag vol verrassingen, herkenning en een nieuw begrip voor wat er in hun wekelijkse voedselpakket zit.
Terwijl de groep in West nog rustig een kopje koffie dronk voor vertrek, arriveerde al de bezorger van Landzicht Biologisch om de wekelijkse voedselpakketten af te leveren. Een toevallige maar treffende voorbode van de dag: de boerderij die de pakketten levert, wachtte 25 kilometer verderop al op een bezoek.
Samen werken met de natuur
De eerste stop was Landzicht Biologisch, waar Mees — vierde generatie boer — de groep rondleidde over het erf dat hij inmiddels heeft overgedragen aan zijn zoon Floor. Mees begon zijn loopbaan als conventioneel boer, maar ervaarde aan den lijve wat dat betekende: luchtproblemen wanneer het graan werd gezaaid, en een vermoeid gevoel na het spuiten van de aardappels. Waar zijn vader de aardappels nog drie keer per seizoen bespoot tegen ziektes, werd dat later tien keer, en tegenwoordig nog veel meer. „Ik leerde op de landbouwschool opeens tegen de natuur te werken”, vertelt hij. „Dat voelde altijd onlogisch.” De Boerderij is nu al vele jaren biologisch - zoals het voor de oorlog ook ging, benadrukt Mees. Hij legde de groep haarfijn uit welke historische momenten leidden tot het grootschalige gebruik van synthetische stikstof na de Tweede Wereldoorlog, en waarom Landzicht daar bewust afstand van neemt. Het motto: samenwerken met de natuur. Dat was dan ook zichtbaar in de luzerne die op het veld stond te groeien: een plant die op een natuurlijke manier stikstof toevoegt aan de bodem. Mees legde uit dat dit de bodem voedt door het organisch materiaal. Het heeft dan wel aanzienlijk minder stikstof dan de synthetische stikstof, maar een gezonde bodem geeft gezonde planten, en gezonde planten trekken minder plagen aan.”
De nieuwsgierigheid van de deelnemers was aanstekelijk. Een van hen vroeg hoe Mees omgaat met slakken — een herkenbaar probleem voor iedereen met een eigen moestuin. Het antwoord verraadde hoe doordacht biologisch boeren is: slakken leven in het gras, dus Landzicht laat een paar meter kale grond tussen het gras en de nieuwe aanplant. Die droge strook willen slakken niet oversteken. Zodra de planten groot genoeg zijn, zaait Mees er zonnebloemen omheen als extra bescherming. Klein detail, groot effect.
De passie van Mees straalde er vanaf. Nog voor de rondleiding was afgelopen deelde deelneemster Michelle een gedachte die bij velen een gevoelige snaar raakte: „Vanaf het moment dat mijn moeder vanuit Suriname hierheen kwam, zei ze al: er is hier iets anders met de groente. Het smaakt anders. Vroeger vond ik dat onzin, maar nu, door de voedselbox, proef ik het ook.”
Na een kijkje in het pakstation — waar vijf mensen aan een lopende band wekelijks alle voedselpakketten inpakken — sloot de ochtend af met een wandeling langs de bloemen- en kruidentuin. De bijen waren druk in de weer. Er werd genoten van een gezamenlijke lunch, met tomaten op tafel van de volgende bestemming: Frank de Koning in Brielle.
Telefoons uit de zakken, zweet op de voorhoofden
Bij aankomst bij Frank de Koning dook de groep meteen het verkoopkraampje op het terrein in, waar Frank zijn eigen producten verkoopt. De tomaten uit de voedselbox van die week lagen er al. Frank vertelde hoe hij door de jaren heen groeide naar de hectares kas die hij nu beheert, en hoe hij omschakelde van conventioneel naar biologisch naar biodynamisch. Met spuitmiddelen had hij nooit iets gehad. „Ik was op zoek naar uitdaging”, zegt hij, „en vond die in de complexiteit van de natuur.”
Eenmaal in de kas kwamen de telefoons meteen uit de zakken. Vol verbazing werden de rijen tomatenplanten vastgelegd. Maar de concentratieboog was van korte duur: buiten was het 30 graden, in de kas minstens zo warm. Het zweet droop van ieders gezicht. Er ontstond onmiddellijk respect voor de werkomstandigheden van de mensen die hier dagelijks werken. “Hierdoor ga je de tomaten toch anders waarderen”, zei een van de deelnemers.
Frank legde uit hoe de tomatenplanten elke week worden verhangen en zo steeds langer worden. Zo geeft iedere plant zeker 1 bundel tomaten. Veel deelnemers hebben zelf een tuintje, maar hun tomaten groeien lang niet zo hard, maar Frank zijn kas heeft inspiratie gegeven om hun tomaten planten nog beter te verzorgen.
Aan het einde van de dag was duidelijk dat dit meer was dan een uitstapje. Deelnemers leerden de boeren achter hun voedselbox kennen — en andersom. Ze zagen met eigen ogen hoe biologisch telen werkt, waarom het anders smaakt en hoeveel vakmanschap en passie er in elk pakket zit. Dichterbij kan je het niet brengen.
Alle foto’s zijn gemaakt door Gabriela Hengveld
Het onderzoek van Voedsel op Recept wordt mede-gefinancierd door de Provincie Zuid-Holland en de Europese Unie – Samenwerken aan innovatie (EIP)